Trombose

Synoniemen: diep veneuze trombose, diep-veneuze trombose, diepe veneuze trombose, diepveneuze trombose, trombosebeen, trombosebenen

Hieronder leest u in het kort wat de aandoening inhoudt. Wij geven u tips om een behandelaar en behandeling te kiezen die het beste bij u passen. Daarnaast vindt u informatie waar u als patiënt iets aan kunt hebben. Deze informatie is vaak gemaakt in samenwerking met Patiëntenfederatie Nederland en patiëntenorganisaties.

De behandeling van de aandoening Trombose is gewaardeerd met een 8.8 op basis van 662 waarderingen.

Hoe kan ik voor trombose behandeld worden?

Geplaatst op 11 april 2015 door - 1685 keer bekeken

Bij trombose krijgt u direct antistollingsmedicijnen. Deze medicijnen krijgt u om te voorkomen dat:

  • Bestaande bloedpropjes verder aangroeien.
  • Er nieuwe bloedpropjes ontstaan.
  • U een long- of hersenembolie krijgt. 


De meest voorgeschreven medicijnen zijn:

  • Heparine. Dit medicijn dient u met een spuitje bij uzelf toe. Een verpleegkundige of arts leert u dit. Soms krijgt u heparine via een infuus, bijvoorbeeld als uw nieren niet goed werken. U wordt dan in het ziekenhuis opgenomen.
  • Coumarine. Als u dit medicijn slikt, komt u onder controle bij de trombosedienst. Op de prikpost van de trombosedienst wordt de INR-waarde van uw bloed bepaald. Dat is de tijd die uw bloed nodig heeft om te stollen. Aan de hand van de bloedtest wordt bekeken hoeveel tabletten u dagelijks moet slikken. Dit kan per dag verschillen. Als u langer dan een halfjaar antistollingsmiddelen gebruikt, dan kunt u zelf leren hoe u uw bloed moet testen. U hoeft dan niet telkens naar de prikpost.


Elastische kous

Heeft u trombose in uw been? Dan zal uw arts ook een elastische kous voorschrijven. Deze kous zorgt ervoor dat het bloed goed blijft stromen. Bovendien voorkomt de kous dat uw been opzwelt en dat u spataders krijgt. Een gespecialiseerde bandagist of huidtherapeut meet de kous aan. Uw arts zal aangeven hoelang de kous moet zijn en wanneer u de kous moet dragen. Overdag of ook ’s nachts?

Stel drie goede vragen

Bespreek altijd met uw behandelend arts welke behandeling het beste bij uw situatie past. Stel hem altijd de volgende drie vragen:

  • Wat zijn mijn mogelijkheden?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van die mogelijkheden?
  • Wat betekent dat in mijn situatie?


Aan de hand van de antwoorden hierop bepaalt u samen met uw arts welke behandeling voor u het meest geschikt is.

Gebruikte bronnen: Trombosestichting, Hartstichting, Nationale Trombose Dienst, Thuisarts.nl




Er zijn nog geen reacties. Laat een reactie achter


  • Nog geen reacties geplaatst

Laat een reactie achter


Velden met een * zijn verplicht

Partners van ZorgkaartNederland