Altijd over de schutting heen blijven kijken

Geplaatst op 26 mei 2016 door - 5733 keer bekeken

Foto Altijd over de schutting heen blijven kijken

Dagen met dompers. Zomerse dagen met geneugten waarvan de meeste door ziekte aan ons neus voorbij gaan. Ik vrees de mentale terugval van de mantelzorger die op blote voeten de marathon loopt over verraderlijke kopspijkertjes en van die gemene vlijmscherpe kiezelsteentjes. Ik duik momenteel hondsmoe mijn bed in. Met het voornemen mijn madelief de volgende dag maar eens gewoon tussen de andere dementerenden in het verpleeghuis te laten en iets ongedwongen leuks voor mezelf te gaan doen. Elke ochtend sta ik voor zonsopgang op, laat ik een traan, en maak ik toch weer nieuwe plannen voor met mijn vrouw, ook al is mijn echtgenote vaak in een stilleven veranderd.

Ik maak mezelf verdrietig bij het denken aan de mensen die ons links laten liggen en van wie ik dat nooit had verwacht. Maar ik vergeet hoeveel er nog heel dicht om ons heen staan, ook personen van wie ik dit nimmer had vermoed. Ellen blijft hoe dan ook een krachtige magneet - het is de onverbrekelijkheid die me telkens opnieuw naar het verpleeghuis doet terugrijden. Een verpleeghuis waarvan ik tot mijn schrik hoorde (en het zou meer zijn dan een gerucht) dat het in een nieuwe transitie helemaal voor dementiegevallen wordt ingericht. Ook de zogeheten A-kant van het gebouw, nu nog voor aanspreekbare patiënten met MS, ALS en herseninfarcten, ook die zou dementerenden gaan huisvesten. Het vooruitzicht benauwd me. Het lijkt me afschuwelijk, en stigmatiserend fout, een gebouw met louter bewoners die volslagen de weg kwijt zijn.

Las bij mijn eerste kopje koffie, en met de bekende ketelmuziek van de stampende wasmachine boven mijn hoofd, een mailtje van Marieke Dubbelman die ik tot dusver alleen maar kende als het Vinexvrouwtje van het Algemeen Dagblad/Utrechts Nieuwsblad. Haar vader woont in hetzelfde verpleeghuis als Ellen. Ook hij heeft parkinson, met blaasontstekingen en hallucinaties. De columniste schreef me, nooit eerder te hebben beseft dat er nog zoveel bestaat tussen leven en dood. Marieke mailde over een talkshow over verpleeghuisliteratuur. Of ik haar gast wilde zijn. Er is zoveel belangstelling voor het thema verpleeghuisliteratuur dat de talkshow naar de Centrale Bibliotheek in de stad Utrecht verhuist.

Hoe het er in een verpleeghuis aan toegaat, wil Marieke weten. Waarom daarover schrijven? Wat verzwijgt de auteur? Ja, waarom schrijf ik over ons gekantelde bestaan waarbij ik niet schroom me kwetsbaar op te stellen? Misschien vind ik tot op zekere hoogte troost in mijn proza. Ik deel complimentjes uit aan het verpleeghuis, maar zoom voor een uitlaatklep ook in op beroerde ervaringen. Een onbekende schreef: Je kunt het aanraken wat je vertelt. Misschien is het dat wel: de aanraking, die zachte warme hand van Ellen die ik mee naar huis neem en die in de mijne rust als ik mijn emoties in zinnen vervat. Schrijven is accentueren, voelen met je pen, schilderen met woorden. De reacties hebben de herkenning door lotgenoten gemeen. Het zijn de ontroering en verslagenheid die alleen begrepen en gevoeld kunnen worden door personen die op dezelfde wrede en onmenselijke wijze zo frontaal met een onherstelbare hersenaandoening gelijk een spookrijder in botsing zijn gekomen. Misschien hoop ik ook wel dat er meer ervaringsfeitelijk gelezen wordt in de zorg. Zodat die meer gaat aansluiten bij de werkelijkheid van de verpleeghuisbewoners in heel hun uniciteit.

En wat schrijf ik niét? Er is veel waarover ik niét schrijf, de dingen die te privé zijn. Ik laat mijn lezers heel dichtbij komen, maar blijf niettemin afstand bewaren. Het is steeds weer een afweging uit respect voor de vrouw die onvervangbaar is. Nog steeds oogt ze als door een ringetje te halen. Mooi modieus gekleed en tot in de puntjes verzorgd maken minder ziek. Domperdagen achter de rug. Ellen die ook thuis tijdens het eten de kaken stijf op elkaar geklemd hield. De lepel ontmoette onbegrepen weerstand. Hele dagen in de achtertuin zonder dat ze een woord zei. Inderdaad Marieke, er is nog verschrikkelijk veel onberedeneerbaars tussen leven en dood.

Gesloopt. Voor even, want toen sloeg bij Ellen de wijzer weer uit naar een warmtefront.

‘Waar gaan we naartoe?’

‘Wat denk je zelf?’

‘Naar huis soms? Oh lekker, heerlijk, wat fijn. Ik ken het hier.’

Ze noemde me bij mijn voornaam. Dat had ik al heel lang niet meer gehoord.

‘Kun je niet wat harder rijden?’

Het kon niet op. De energie kwam terug. Het kenmerkt het ziekteproces met parkinson en dementie. De les weer eens: nooit opgeven, altijd over die denkbeeldige schutting heen blijven kijken. Daarachter verschanst zich het perspectief. Van vreugde een tussenstop bij de super voor tompoezen, roze tompoezen, al kwamen we ook met Douwe Bob niet ver.

Johan Carbo




Er is 1 reactie geplaatst


  • olaf if the field | 10 februari 2018

    schitterende literatuur geschreven op een bed van mededogen...heel spoedig hoop ik in de voetsporen te mogen treden vanuit een ander echelon, de lettertjes cirkelen al zo lang rond maar als mantelzorger ontbreken mij de rusttijden tot schrijven te bekomen.....


Laat een reactie achter


Uw naam wordt vermeld op de website bij uw reactie. Uw e-mailadres wordt niet op de website getoond en is enkel bekend bij de redactie. ZorgkaartNederland respecteert uw privacy.
Met het inzenden van een reactie geeft u aan akkoord te gaan met de gedragcodes.

Velden met een * zijn verplicht

Partners van ZorgkaartNederland