Bij een tapbiertje doet de puntenslijper zijn werk

Geplaatst op 11 augustus 2016 door - 4963 keer bekeken

Foto Bij een tapbiertje doet de puntenslijper zijn werk

Ze trof op haar ronde door het verpleeghuis een bewoonster aan onder drie dekens bij een buitentemperatuur die dag van 30 graden - ja u leest het goed, onder drie dekens juist toen we die paar snikhete tropische julidagen beleefden. En toen? - vroeg ik onnozel. ‘Die arme ziel was natuurlijk drijfnat. Het goeie mens zwom haar bed uit. Dit komt vaker voor in de Nederlandse verpleeghuizen. Het is gewoon stompzinnig je hersens niet gebruiken.’

Het was een stomtoevallige ontmoeting met een Nederlands stel op mijn vakantieadres aan de Belgische zuidkust. En welhaast toevalliger nog: zij bleek verpleegkundige in een verzorgingstehuis in Nederland. Ze had tijdens die bloedhitte nachtdienst gedaan. Vanuit een kamer wanhopig gejammer. ‘Zuster, help me toch, ik heb het zo verschrikkelijk warm.’ De rondemiss er naartoe. En? ‘Een dementerende die huilde dat ze wegsmolt. Ja dank je de koekoek. Als gezegd onder drie dekens?’

Maar welke idioot verzint zoiets, vroeg ik de verpleegkundige. Welke halve gare in een verpleeghuis kookt een bewoonster bij tropische temperaturen gaar onder drie dekens? Waar komen al die dekens middenin de zomer zo ineens vandaan? ‘Aanklooien door verkeerd personeel’, klonk het misprijzend.

Intern gemeld. En verder? De fluwelen handschoen? Een standje hooguit? Ik vertelde dat mijn vrouw in haar verpleeghuis krek hetzelfde was overkomen in de uitbundige zonovergoten zomer van 2015. Kwam ik eens op een ochtend binnen en lag ze met volle bepakking in een broeierige snikhete kamer met alles potdicht en zonder ventilatie onder haar dekbed. Een oelewapper had Ellen met al haar kleren aan nog even onder de wol gestopt in afwachting van mijn komst. En het onduidelijke verhaal wilde dat het uilskuiken in feite Ellen vergeten was.

Inmiddels had zich een barokke Belg uit Antwerpen met zijn tapbiertje bij ons gevoegd. Hoe dat met mijn vrouw verder afliep? ‘Het afdelingshoofd erbij geroepen. Balkondeur wagenwijd open. Het hoofd van mijn vrouw deppen met kletsnatte washandjes. Ellen leek buiten westen.’ Opbouw van vertrouwen begint bij individuele personen voordat het naar instellingen kan overgaan, citeerde ik de schrijver Portocarero. Ik vertelde aan het terrastafeltje dat er deze vakantietijd geen verzorgers meer rondliepen zoals vorige zomer aan wie ik de verantwoordelijkheid voor Ellen niet durfde over te laten. Anders had ik niet hier in De Panne gezeten.

Maar hoe kan zoiets, wilde de Belg weten. De verpleeghuizen hebben toch geschoold personeel?

‘Zo’n diploma is betrekkelijk’, verzekerde de verpleegkundige. ‘Een afgeronde mbo of hbo garandeert niet alles. Het gaat erom hoe je in je werk staat.’ Ze zocht naar haar hartstreek. Was ik het als voormalig docent journalistiek mee eens. Tot mijn ergernissen van destijds behoorden aartsluie talentloze studenten die de onvoldoendes als een parmantige kralenketting aan elkaar regen en die volgens de voorschriften tot sint-juttemis mochten blijven herkansen. Uiteindelijk het diploma als oprotpremie. Wat voor Journalistiek gold zou voor Verpleegkunde niet anders zijn.

De Belg begon over de nonnen en de onderwijszegeningen van het katholicisme. Deden veel Nederlandse ouders uit de grensstreek hun kinderen niet in België op school omdat het onderwijs daar hogere eisen stelde? Of ik aan mijn docentschap frustraties had overgehouden? Een docent maakte toch ook mooie dingen mee? Ik vertelde, het schoot me ineens te binnen, over de afstudeerbegeleiding van een student die Stijn heette. Hij dook voor zijn examenproductie in een uit de hand gelopen Antwerps avontuur van sadomasochisme. Bij de diploma-uitreiking kon ik niet nalaten uit zijn werk te citeren. Een dompteur in sadomasochisme had Stijn verteld dat een vaste klant een Belgische politicus was die het heerlijk vond om spiernaakt op handen en voeten aan een halsband door het peeskamertje te lopen. Hem werden ook wat hondenbrokken toegeworpen en dan begon de politicus opgewonden te blaffen. De zaal lag dubbel.

Broodje aap? Ze mochten het navragen, zei ik tussen twee slokken bier door. Waarom ik het me nog zo goed herinnerde? Mijn studenten hadden voor de diploma-uitreiking speciaal om Ellen gevraagd. Ze gingen met bloemen naar haar toe. Ze dreigden de examendeadline te missen. Of hun docent zijn weekend wilde opofferen? Moesten ze mijn vrouw vragen. Ze belden haar. Onvergetelijk de woorden bij de microfoon op de diploma-uitreiking: ‘Dank u Ellen dat wij hem van u mochten lenen, en zo te zien bent u toch nog met hem naar het strand geweest.’

‘Wat zou er van hem geworden zijn’, vroeg de hartelijke Belg. ‘Van Stijn?’ ‘Nee, van die politicus natuurlijk?’

Onze Belg waarschuwde voor fikse vertraging als je naar of van Duinkerken de grens over wilde. Nou wilde het toeval dat niemand dat van plan was. Scherpe controles met voortdurend een automobilist die zich mocht legitimeren. Maar de mensonwaardige omstandigheden in sommige verpleeghuizen moesten natuurlijk niet volledig ondergesneeuwd raken door een aan een halsband voor hondje spelende politicus of door aanslagen.

Ik dacht aan Ellen die het momenteel goed getroffen had met het verpleeghuis. Maar die vrouw onder drie dekens? Die was in betere tijden toch vast en zeker ook wel eens beloond met een bloemetje van een Stijn of weet ik wie? Moest die in een inrichting de moord stikken? Al die verwaarloosde dementerende stumpers in natte incontinentieluiers in ondeugdelijke verpleeghuizen – stond onze samenleving niet zwaar in het krijt bij deze mensen die het ook niet konden helpen dat de ouderdom met gebreken kwam, en erger?

Ik besloot daar in De Panne kritische blogs over de verpleegzorg te blijven schrijven tot ik er bij zou neervallen. Ik dacht aan The Elements of Journalism van Kovach en Rosenstiel in Amerika. De eerste loyaliteit van journalisten ligt bij de burgers, niet bij organisaties. En wenste ik niet voor altijd journalist te blijven? De puntenslijper had voor het rode potlood weer zijn werk gedaan.

Johan Carbo




Er zijn 2 reacties geplaatst


  • Nelly | 18 augustus 2016

    Goed dat er mensen zijn als Johan Carbo die met scherpe pen de manco's in de verpleeghuiswereld boven tafel brengt. Je kunt verzorgenden nog zo goed opleiden wanneer ze hun gezonde verstand niet gebruiken ben je nergens. En daar ontbreekt het kennelijk nogal eens aan. Gebrek aan plezier en empathie met je werk? Je kunt niet als een robot je werk doen.

  • albert | 17 augustus 2016

    Johan,

    Chapeau wederom een vlijmscherpe en mooie verwoording van ons fijne zorgstelsel in Nederland


Laat een reactie achter


Uw naam wordt vermeld op de website bij uw reactie. Uw e-mailadres wordt niet op de website getoond en is enkel bekend bij de redactie. ZorgkaartNederland respecteert uw privacy.
Met het inzenden van een reactie geeft u aan akkoord te gaan met de gedragcodes.

Velden met een * zijn verplicht

Partners van ZorgkaartNederland