Jij stoute kabouter

Geplaatst op 28 april 2016 door - 5859 keer bekeken

Foto Jij stoute kabouter

We liepen Agnes tegen het lijf toen ik in het verpleeghuis met Ellen de lift naar buiten wilde nemen. Agnes bezoekt geregeld een stokoude demente mevrouw die ze vertrouwd houdt met zonlicht en een briesje. De beloning zijn hele versregels die uit het tandloze mondje van de hoogbejaarde komen zodra de naam van een dichter is gevallen. De teddybeer deint dan mee op haar schoot .

Na Agnes een praatje met de Angolese invalkracht. Een geweldig goede verzorgende. Ik had haar al eens gevraagd naar hoe ze in Nederland terecht was gekomen. Wist ze niet goed. Vroeg ze ook maar liever niet aan haar moeder. Wel eens geprobeerd, maar ze zag de pijnscheuten, dus liet ze het maar zo. De veronderstelling natuurlijk van een oorlogstrauma. De burgeroorlog in Angola kostte 500.000 mensenlevens, miljoenen sloegen op de vlucht. We kregen het ditmaal over eten, over de Angolese keuken, over rijst met bakkeljauw.

Ellen begon vanuit de rolstoel ongedurig aan mijn mouw te trekken. Maar we konden toch moeilijk aan mevrouw Kremer voorbij. Die was helemaal opgedoft voor een spannende date, zo leek het wel. ‘Nee, nee, het wordt vandaag de duofiets.’

‘Ellen wat doe je stuurs. Ben je boos?’

‘Jij stoute kabouter, ik wil weg’. Vroeger zou ze gezegd hebben: Alles kan bij jou in de helft van de tijd.

Stoute kabouter, hoe kwam ze erop! Deed aan vroeger denken, ze kon soms heerlijk onredelijk jaloers zijn. Vroeger, zoete herinneringen en geen gebitsglazuur daartegen bestand. Vaste rite het zo hard mogelijk draaien van Bob Dylan. Ellen vond mijn enthousiasme voor deze ‘vocaal zwakbegaafde’ legende kinderlijk overdreven. Bij het horen van zijn ‘krassende’ mondharmonica zochten haar handen in wanhoop de oren. Voor mij was dat heiligschennis. Er konden bij Dylan stenen rollen zoveel hij wilde, Ellen bleef hem een rare kabouter vinden, en mij erbij. Het concert van 1984 in Ahoy zat ze devoot uit. Toen het hoedje van Dylan tot ver over zijn neus en mondharmonica was weggezakt, was het: ‘Kom we gaan, je kunt er weer even tegen.’

Mijn echtgenote had deze aprildinsdag Agnes,de Angolese en mevrouw Kremer doorstaan, nu Bob Dylan nog. Beneden in de parkeergarage maakte ze een pirouette de Skoda in. ‘Luister Ellen, luister.’ Ze zette grote ogen op. Een glimlach. Dimitri Verhulst schreef dat uit een fonkelend vrouwenoog energie te winnen valt om de noden van deze moderne tijd te lenigen. Zou zomaar kunnen.

‘Mooi nummer?’

‘Nee.’ 

‘Zal ik ‘m dan maar weer uitzetten?’

‘Nee hoor.’

De mondharmonica van Dylan boorde zich in de auto dwars door de cd-speler heen. De glimlach werd een grijns, de grijns een binnenpretje. Waar zat ze nu met haar gedachten? ‘Geef deze stoute kabouter eens een kus Ellen.’ Samen met Mr. Tambourine Man zochten we de stoeprand.

Ze begon te knikkebollen. Dylan was ondertussen aangeland bij Knockin’ on Heaven’s Door. Als haar eens iets fataals overkwam, het schoot me aan de stoeprand plots door het hoofd, iets onherroepelijks, door een medische fout, of door een dwaze stommiteit - hoe zou ik ooit zilverlingen kunnen aannemen middels een hoogst immoreel zwijgcontract! Dat vind ik het meest onthutsende aan die alreeds tot 21 opgelopen, voor de tuchtrechter weggemoffelde, bilateraaltjes: het door de knieën gaan en  zich laten afkopen. Ik bezag mijn onvervangbare van opzij. Niet alleen het verdoezelen zou strafbaar moeten zijn, ook het aanpakken van bloedgeld.

De vorig jaar overleden prof. dr. Bob Smalhout schreef me dat je het moet hebben meegemaakt om te beseffen welke innerlijke ravage dementie aanricht bij getroffene en partner. Maar ook hoezeer een fantastisch huwelijk zich nog verder verdiept. Het is de gevoelstemperatuur met tropische waarden. Haar warme hand die rust in de mijne. De kunst lol met elkaar te blijven maken. Hoe verlopen fluistergesprekken achter gesloten deuren over zwijggeld eigenlijk? Met handjeklap, met loven en bieden? Wordt voor een dode oude oma minder geboden dan voor een dode zoon? Vragen te over. De antwoorden? Blowin’ in the wind.

’s Avonds terug in het verpleeghuis weer even Bob Dylan.

‘Jouw stoute kabouter vraagt je ten dans schat.’

Ze stak vanuit de rolstoel beide handen uit. ‘Dans, dans met me.’

Johan Carbo




Er zijn nog geen reacties. Laat een reactie achter


  • Nog geen reacties geplaatst

Laat een reactie achter


Uw naam wordt vermeld op de website bij uw reactie. Uw e-mailadres wordt niet op de website getoond en is enkel bekend bij de redactie. ZorgkaartNederland respecteert uw privacy.
Met het inzenden van een reactie geeft u aan akkoord te gaan met de gedragcodes.

Velden met een * zijn verplicht

Partners van ZorgkaartNederland