Ik bleek, vanwege diverse risicofactoren, al jong osteoporose te hebben en dat was schrikken. Daarom wilde ik een arts die daarin gespecialiseerd is. Hij begeleidt mij nu ongeveer 10 jaar. Hij weet dat ik iemand ben die alles precies wil weten en dat ik ook mee wil denken over de medicatie. Dat ik niet alles zomaar slik en spuit. Dat heeft ook te maken met mijn ervaring dat ik vaak bijwerkingen van geneesmiddelen ervaar.
Je zou zeggen dat met de automatisering in de zorg de dokter als mens steeds belangrijker gaat worden. Dat computers als ondersteuning dienen en dat de artsen de menselijke kanten juist extra kunnen gaan benutten. Ik zie echter een trend dat dokters zelfs aan het robotiseren zijn.
Jarenlang heb ik gedacht dat ik de rol van patiënt lastig vond omdat ik zelf ook arts ben. Ik kreeg ook nogal eens conflicten. Nu weet ik dat in elk geval een deel van de knelpunten in die contacten te maken hebben met mijn hoogbegaafdheid. Veel andere hoogbegaafden vertellen me namelijk hoe lastig ze het vinden om naar een arts te gaan. Ze komen er vaak teleurgesteld vandaan, soms worden er verkeerde diagnoses gesteld, soms krijgen ze conflicten.
Ik ben al jaren een fan van ZorgkaartNederland. Ik vond het al meteen bij aanvang een uitermate goed initiatief. Voordat ik deze blogs ging schrijven, droeg ik ook al bij door het schrijven van waarderingen van mijn zorgverleners. Ik dacht daar altijd goed over na. Nooit zette ik iets zomaar op de site. Ik streefde ernaar datgene op te schrijven wat ik ook persoonlijk had besproken. De laatste week heb ik mij verbaasd over hoe verschillend mijn eigen zorgverleners denken over ZorgkaartNederland. Hierbij enkele voorbeelden.
Zeven maanden geleden werden een kennis van mij en ik op dezelfde dag geopereerd aan verschillende aandoeningen en in verschillende ziekenhuizen. Beiden waren we goed voorgelicht over wat ons te wachten zou staan, dachten we. Nacontrole vond plaats, in principe een of meer keer en in elk geval zo’n zes weken na de operatie en dat was het dan. Daaruit leidden wij af dat je dan min of meer hersteld zou zijn.
Een 94-jarige kennis van mij is mentaal zeer helder, fysiek buitengewoon fit, maar is nu bijna blind. Ze is nog wel zeer zelfstandig, woont alleen en gaat waar mogelijk ook alleen met haar rollator op stap om een boodschap te doen of om naar eventuele medische afspraken te gaan.
Voorlichting geven aan patiënten is een essentieel onderdeel van de medische professie. Dat geldt in allerlei situaties. Uitleg over een aandoening, een onderzoek of een behandeling. Het belang van voorlichting is pregnanter aanwezig als er keuzes zijn en er besluiten moeten worden genomen. Dat komt bij sommige ernstige ziektes voor, maar ook bij niet levensbedreigende aandoeningen. Hoe gaat dit in de praktijk in zijn werk?
Als arts lette ik daar niet zo op, maar nu ik patiënt ben, merk ik aan de reactie van artsen dat ik mijn klachten anders vertel dan veel andere patiënten. Hierdoor komen mijn klachten én de ernst daarvan niet altijd goed over. Waar komt dat door? Tijd voor een analyse.
Als arts en als patiënt doe je allebei afzonderlijk, maar ook samen je best om een klacht of aandoening te bestrijden. Soms lijkt het echter alsof er een soort competitie ontstaat tussen de arts en de patiënt. Dat is niet effectief en schadelijk voor de behandeling en de relatie.
Dokters geven gelukkig steeds vaker heldere informatie aan de patiënt over wat ze bij het onderzoek ontdekken, over behandelmogelijkheden en uitgevoerde ingrepen. Komt die informatie wel binnen?