Blog

Lees en discussieer mee over patiëntervaringen en kwaliteit van de zorg

  • Luiers

    ‘Een luier in het verpleeghuis - soms moet ‘t’. Dat was de kop in de krant. De ophef ontstond nadat familie klaagde over een ‘plascontract’: een vrouw zou volgens het zorgplan maar drie keer per dag naar het toilet mogen. Het verweer van het verpleeghuis was dat sommige bejaarden ‘iedere tien minuten’ naar het toilet wilden. Oliedom natuurlijk, want tussen ‘iedere tien minuten’ en ‘drie keer per dag’ zit een wereld van verschil voor het ideale compromis. De woordvoerder van het huis kwam er mooi weg mee. Dus ook nog eens oerzwakke journalistiek.
  • Nu eindigt haar leven op een gesloten afdeling van een verpleeghuis

    Vandaag 25 augustus vieren we dat er in de Pacific een einde kwam aan het bestaan van de jappenkampen voor vrouwen en meisjes. Vandaag gaat hier thuis weer de vlag uit. Zondag de officiële herdenking op Bronbeek in Arnhem. Ook dan vlaggen we. Mijn onmisbare Ellen, met parkinson en dementie tot mijn hopeloze frustratie veroordeeld tot een verpleeghuis, gaat hopelijk mee. Anders dan in 2014, tot dusver de laatste keer dat ik de herdenkingsceremonie bezocht. Ik was alleen, en ik voelde me ook alleen, moederziel alleen zelfs, maar het was goed zo. Toen niet durven hopen en dromen dat Ellen er twee jaar later nog altijd zou zijn. Ik vond mijn dagboekaantekeningen van 25 augustus 2014. Het verslag van toen. Alle herinneringen kwamen weer boven.
  • Open brief aan de nieuwe verpleeghuisdirectrice

    Mevrouw, een hartenkreet,
  • Bij een tapbiertje doet de puntenslijper zijn werk

    Ze trof op haar ronde door het verpleeghuis een bewoonster aan onder drie dekens bij een buitentemperatuur die dag van 30 graden - ja u leest het goed, onder drie dekens juist toen we die paar snikhete tropische julidagen beleefden. En toen? - vroeg ik onnozel. ‘Die arme ziel was natuurlijk drijfnat. Het goeie mens zwom haar bed uit. Dit komt vaker voor in de Nederlandse verpleeghuizen. Het is gewoon stompzinnig je hersens niet gebruiken.’
  • De waarheid

    ‘Goedemorgen Broeder, hoe laat ga ik naar huis toe?’ ‘Mevrouw Klein, u bent al thuis, u woont hier.’ ‘Oh ja broeder, dat is ook zo. Goedemorgen Broeder, hoe laat ga ik naar huis toe?’ ‘Goedemorgen mevrouw Klein, uw zoon komt u vanavond na het eten ophalen om u naar huis te brengen.’ ‘Dank u wel broeder, dan ga ik nu eerst even boodschappen doen voor het avondeten.’
  • Intouchables in Utrecht

    De lift omhoog in heel zijn eenvoudige stille symboliek. Terug in het verpleeghuis van de vele dagelijkse uurtjes thuis of bij goede vrienden. De dagelijkse prikkels en gezonde buitenlucht houden Ellen in conditie en bij de les.
  • De Marlene Dietrich van ons verpleeghuis

    ‘Hoe komt u toch aan zo’n mooie vrouw?’, vroeg de dementerende met haar tandeloze mondje laatst guitig tijdens de aspergemaaltijd in ons verpleeghuis. Ze zat recht tegenover mij en keek me met ondeugende glinsterogen aan. ‘Nou, vertel me dat eens’. ‘Maar mevrouw Van Loenhout, vraagt u zich niet af hoe Ellen aan mij kwam?’ ‘Nee, dat hoef ik niet te weten’. Een paar seconden later was ze afgeleid door een vork met aardappelpuree die begeleidster Agnes haar voorhield. Ik probeerde nog: of ze ook mij geen knapperd vond. Maar ik legde het genadeloos af tegen de aardappelpuree.
  • Blije geiten vervelen stierlijk

    Ergerlijk al die personeelsbladen en interne magazines die zo schaamteloos aan zelfbevlekking doen en waarvoor zo onnodig veel bomen worden gekapt. Gaf ooit eens les aan een redactieteam van een politieregio. Na enkele sessies zette zich ook een voor mij totaal onbekende mevrouw aan tafel. Of ze ook tot de makers van het magazine behoorde die via scholing verwoede pogingen deden zich wat minder als blije geiten te gaan gedragen? Mevrouw kwam terug van zwangerschapsverlof. Of ze onze verrichtingen ondertussen ademloos had gevolgd?
  • Volledig gevangen in hun eigen lichaam

    Ik werd in Kerkrade weer een ervaring rijker in het verdrietige besef van de draagwijdte van parkinson en alles wat die verraderlijke aandoening nog verder teweeg kan brengen. Ik zag er de ziekte van Parkinson in zijn nog betrekkelijk vriendelijke gedaante. Maar ook in zijn wrede, rauwe en mensonterende context. Mijn echtgenote Ellen, eveneens getroffen door parkinson, was mee. Terug naar huis zat ze dromerig naast me. Maar ze was behoorlijk goed geweest. Ze had genoeg prikkels gehad. Ik vroeg of ze nog van me hield. ‘Hartstikke’, fluisterde ze half binnensmonds. Dát wilde ik horen. Dat had ik nou nét even nodig. Mijn lief die nog steeds hartstikke veel van me hield. Ze kneep erbij in mijn hand. Het was als manna. Een parkinsonpatiënt kan nog heel dichtbij zijn. Je verkijkt je daar gemakkelijk op. Kerkrade had pijn gedaan, en ook weer niet. Beelden die nimmer meer zullen vervagen. Ik zag de ziekte van Parkinson in heel zijn verscheidenheid en meest uiteenlopende gedaanten. En ik wist het: de titel van mijn verslag zou worden: Volledig gevangen in hun eigen lichaam. Ik bezag Ellen van opzij en herinnerde me wat ze eens had gepreveld: ‘Ik voel me een stakker Jopie’.
  • Mantelzorgers meer dan een appendix

    Graag bracht ik deze week aan de verpleegzorg de uitgebreide complimenten over van de mondhygiëniste van mijn echtgenote. Het kon niet anders of er was in het verpleeghuis ruime aandacht besteed aan het dagelijkse tandenpoetsen. ‘Blijf haar gebit in de gaten houden’, was het steeds, de medici bleven het zeggen, ‘want ontstekingen zijn bij mensen met een hersenaandoening funest’. Complimenten dus voor de gebitsverzorging in het verpleeghuis. Zoals dat ook een schouderklopje verdiende (en glunderen oogstte) door met een ander matras een begin van doorliggen bij Ellen aan te pakken. Jammer dat het luchtkussen niet op twee personen is berekend. Het ontlokte bij Ellen de opmerking dat ze het leven met het nieuwe matras ineens ‘niet zo spannend’ meer vond. Onderschat mijn dementerende liefste niet! Ze kan nog altijd heel snedig uit de hoek komen.