Blog

Lees en discussieer mee over patiëntervaringen en kwaliteit van de zorg

  • Kwetsbare ouderen

    Mijn buurman overleed vorige maand op 93-jarige leeftijd in een verpleeghuis. Vorig jaar stond hij nog op de ladder takken af te zagen. Meer dan 60 jaar woonde hij in zijn huis. De laatste 30 jaar in zijn eentje, na het overlijden van zijn vrouw. Hij fietste door het dorp, deed zijn boodschappen, was soms een paar dagen weg (dan bleek hij in het ziekenhuis te liggen) en bonsde elk jaar met Sinterklaas op onze ramen waarna er een fles wijn op de stoep stond.
  • Compliment aan de gezondheidszorg

    Er is nogal wat aan te merken op onze gezondheidszorg, vinden we - ook al werd Nederland laatst weer uitgeroepen tot het land in Europa waar je de meeste kans hebt beter te worden als je ziek bent (Health Consumer Powerhouse, februari 2017). Ook in verzorgingshuizen kom je van alles tegen dat niet klopt: ’t kan altijd beter. Maar laatst hoorde ik een opbeurend verhaal van een opgewekte mevrouw van bijna 90 in een heel gewoon verzorgingshuis in Dordrecht.
  • Oud en nieuw – deel 2

    “Goedemorgen! Carlijn en Wouter, hebben jullie nog trek in een oliebol? Deze waren over, dus kom nog even bij ons staan.”
  • Oud en nieuw – deel 1

    “Mevrouw Jansen, mevrouw De Vries, meneer De Groot, heeft u nog champagne en een oliebol? We gaan aftellen naar het nieuwe jaar, komt u ook gezellig bij ons staan?”
  • Ontmoeting met bewoner

    Een woonzorgcentrum, ik heb mij er jarenlang niet mee hoeven bezighouden, om de eenvoudige reden dat mijn familie zich heel goed zelfstandig wist staande te houden dan wel voortijdig is overleden en het niet heeft hoeven meemaken. Zo’n plaats vol ouderen leek mij een ver van mijn bed show. Maar nu ik zelf de middelbare leeftijd heb bereikt, zijn de oudjes niet meer zo oud. Sterker nog, ik ben nog maar een paar jaar verwijderd van dit voorland.
  • 'Een kijkje achter de schermen is ontzettend waardevol'

    Géanne Hogeterp werkt bij het Nationale Zorgnummer van Patiëntenfederatie Nederland en liep een dag mee met het interviewteam van ZorgkaartNederland. ‘Ik wilde graag persoonlijk zien en horen hoe mensen de zorg in een verpleeghuis ervaren.’
  • Uw tijd is om

    ‘Goedemorgen meneer Rutte, ik kom u vandaag helpen. Komt u naar de badkamer toe?’ ‘Broeder, het lukt me vandaag niet echt goed om op te staan en te lopen. Kunt u mij misschien helpen?’ ‘Ik kom er aan meneer Rutte. Komt u maar voorzichtig staan, dan gaan we samen naar de badkamer toe. Loopt u maar naar de douche en gaat u maar op de stoel zitten, dan kunt u zich douchen. Ondertussen maak ik uw bed alvast op. Bent u klaar meneer Rutte? Ik kan u niet helpen met afdrogen en aankleden, want uw tijd is om. Ik moet snel door naar de volgende bewoner.’
  • We moeten van die hooghartige bestuurdersmentaliteit af

    Sprak onlangs een meisje dat stage liep in een verpleeghuis. ‘Weet u’, sprak het meisje onthutst , en ik vat haar woorden even kort samen – ‘Weet u, ik wilde etensresten in de pedaalemmer gooien en zag daarin tot mijn schrik medicijnen liggen. Ik liep er meteen mee naar één van de vaste verzorgers. Ze waren vergeten een bewoonster op tijd haar pilletjes te geven. Dus daarom maar de afvalbak. Alsof dit de gewoonste zaak van de wereld was. Of dit dan niet moest worden gemeld bij de overdracht? Nee hoor, dat hoefde allemaal niet. Geen haan die hier naar kraaide. Ik was met stomheid geslagen. Of ik maar zo vriendelijk wilde zijn over die pedaalemmer mijn mond te houden tijdens het verdere verloop van mijn stage. Wat doe je dan? Maar ik voel me wel medeplichtig’.
  • Mantelzorgers meer dan een appendix

    Graag bracht ik deze week aan de verpleegzorg de uitgebreide complimenten over van de mondhygiëniste van mijn echtgenote. Het kon niet anders of er was in het verpleeghuis ruime aandacht besteed aan het dagelijkse tandenpoetsen. ‘Blijf haar gebit in de gaten houden’, was het steeds, de medici bleven het zeggen, ‘want ontstekingen zijn bij mensen met een hersenaandoening funest’. Complimenten dus voor de gebitsverzorging in het verpleeghuis. Zoals dat ook een schouderklopje verdiende (en glunderen oogstte) door met een ander matras een begin van doorliggen bij Ellen aan te pakken. Jammer dat het luchtkussen niet op twee personen is berekend. Het ontlokte bij Ellen de opmerking dat ze het leven met het nieuwe matras ineens ‘niet zo spannend’ meer vond. Onderschat mijn dementerende liefste niet! Ze kan nog altijd heel snedig uit de hoek komen.
  • De winnaar

    Ze was een sportster in hart en nieren. Je kon het zo gek niet bedenken of ze had de sport beoefend die je opnoemde. Ze vertelde altijd aan iedereen die het maar horen wilde wat voor prestaties ze had geleverd en met welke wedstrijden ze mee had gedaan. Hoe de toeschouwers haar aanmoedigden waardoor ze net dat laatste beetje energie kreeg om de wedstrijd te winnen.