Staar

Wat is het?

Staar, of cataract, is een vertroebeling van de ooglens waardoor je minder ziet. Sommige mensen kunnen hierdoor blind worden.

Achter de pupil in het oog zit normaal de heldere doorzichtige ooglens. Deze bestaat uit eiwitten en water. Bij staar wordt de ooglens langzaam troebel, zodat het licht er niet meer door kan vallen.

Staar ontstaat als gevolg van ouderdom. Het kan ook komen door stofwisselingsziekten (zoals diabetes), oogziekten, oogverwondingen en langdurig medicijngebruik (zoals prednison). Staar kan aangeboren zijn.

Hoeveel mensen hebben het?

  
 

Minstens  3%  van de volwassen Nederlanders van 65 jaar heeft staar. Rond 85 jaar heeft  20% staar. Veel ouderen hebben er last van zonder dat te weten. Mensen met diabetes krijgen vaak op jongere leeftijd al verschijnselen van staar. Het zijn meer vrouwen dan mannen die staar krijgen.  Doktoren weten niet hoe dat komt, maar het kan samenhangen met de opbouw van de bevolking. Vrouwen worden gemiddeld ouder dan mannen. Maar het kan ook dat mannen minder snel naar de dokter gaan bij klachten.
Jaarlijks hebben in Nederland ongeveer 160.000 staar operaties plaats.

Welke behandelingen zijn er mogelijk?

Staar is meestal  behandelbaar door middel van een operatie. Een oogarts doet de operatie. De patiënt wordt plaatselijk verdoofd. De oogarts maakt aan de rand van het hoornvlies een sneetje van enkele millimeters. Via dit sneetje wordt de troebele lens verwijderd en  een kunstlens geplaatst. De wond die nodig is voor de operatie is zo klein dat deze meestal niet  hoeft te worden gehecht.

Een staaroperatie is één van de meest veilige operaties. Bij meer dan 97% van de patiënten verloopt zowel de operatie als het herstel zonder problemen. Toch kunnen er tijdens of na de operatie problemen zijn. Denk aan een  infectie, netvliesloslating en scheuring van het achterste lenskapsel. Na de operatie moet de patiënt voor het dichtbij zien een bril gebruiken. De standaard kunstlens is niet in staat om scherp te stellen. Er zijn multifocale kunstlenzen op de markt waar scherp stellen wel mee kan, maar deze zijn niet voor iedereen geschikt. Staar hoeft niet te worden behandeld als de patiënt er geen last van heeft.  

Waar kan ik terecht?

De huisarts of optometrist vermoedt staar vaak  aan de hand van de klachten van de patiënt.  De optometrist of een oogheelkundig technisch assistent kunnen betrokken zijn bij het vooronderzoek, zoals het meten van de oogboldruk en gezichtsvermogen. Een oogarts stelt de uiteindelijke diagnose staar vast. Dat doet hij door de ooglens onder hoge vergroting te bekijken. De oogarts kijkt of er vertroebelingen zichtbaar zijn.

Bronnen:

 

Dit artikel is geschreven door IQ Healthcare in opdracht van ZorgkaartNederland.

Partners van ZorgkaartNederland