Gaat goed: Aandacht, vakkundigheid en sympathieke bejegening. De continuïteit van de zorgverlening, met name door gebruik van rapportages. Kan beter: Niks.
Gaat goed: Verder over alles wel. Kan beter: - Op tijd komen - Minder verschillende gezichten, mw. heeft iedereen uit het team gezien, was hier niet blij mee.