Gaat goed: de aandacht en de vriendelijkheid waarmee mijn moeder wordt behandeld en het feit dat er z.n. naar mij wordt terug gekoppeld Kan beter: ben helemaal tevreden
Gaat goed: De dingen zien die niet bij het pakte horen, sociaal praatje vond mevrouw top. Kan beter: Met elkaar leren zwachtelen de een doet het beter als de ander leer van elkaar.