Gaat goed: De aandacht die gegeven word aan mij. Er word naar mij geluisterd . Kan beter: De zorgverlening doet wat ze kunnen. Zoveel mogelijk dezelfde
Gaat goed: De behandeling, omgang, dhr vindt het perfect. Kan beter: Dhr is tevreden over de zorg, collega’s zijn netjes op tijd. Dhr vindt de zorg erg goed.